Informatie
Hoe werkt de baas van Nederland
In het programma de Baas van Nederland, waarbij de wereld van politiek Den Haag en de werking van onze economie zo goed mogelijk worden nagebootst, is een breed scala aan mogelijke maatregelen opgenomen. In totaal kan uit meer dan 120 maatregelen gekozen worden. De maatregelen die u voorstelt, hebben verschillende maatschappelijk en economische gevolgen. Het programma geeft van deze gevolgen een globale indicatie. Zo worden bijvoorbeeld de effecten van uw beleid berekend op de economische groei, de werkgelegenheid en het begrotingstekort. Ook wordt berekend wat de effecten zijn op het terugdringen van de CO2-uitstoot. Dit is een belangrijke doelstelling om de klimaatverandering tegen te gaan.
In hoofdzaak betreft het maatregelen die de rijksbegroting, de schatkist, direct raken. Om die reden zijn de maatregelen opgedeeld in twee hoofdcategorieën: "Overheidsuitgaven" en "Belastingen". Naast deze instrumenten kan de overheid ook via regelgeving de economie beïnvloeden. Zo kan het kabinet door eenvoudigere wetten, minder bureaucratie en lagere administratieve lasten de economie harder laten groeien. In het programma zijn deze mogelijkheden niet opgenomen.
Al decennia lang staat vermindering van de regeldruk in verkiezingsprogramma's van politieke partijen. De praktijk laat evenwel zien dat het om een zeer moeizaam proces gaat met nog slechts beperkte effecten. Politiek Den Haag moet er mee doorgaan, maar dan wel effectiever. Bovendien is het begrotingseffect van regelgeving meestal niet direct zichtbaar. Om zo dicht mogelijk bij de realiteit te blijven, zijn dit soort maatregelen in het programma niet opgenomen.
Een beoordeling van de effecten van uw beleid is alleen mogelijk tegen de achtergrond van de "normale" ontwikkeling van de Nederlandse economie. Dit wordt ook wel aangeduid als ongewijzigd beleid of beleidsarm. Daarbij wordt verondersteld dat politiek Den Haag geen nieuwe maatregelen neemt, de economie zijn gang laat gaan en ook geen veranderingen in de rijksuitgaven aanbrengt. Bedacht moet wel worden dat deze post automatisch toch toeneemt in verband met kostenstijgingen (loonstijging en inflatie). Deze raming wordt gebruikt als basis voor de berekeningen van de effecten van de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen. Zo heeft het CPB voor de periode 2011-2015 een economische groei geraamd van gemiddeld 1,75% per jaar.
Stel nu dat uit de doorrekening van een bepaald verkiezingsprogramma door het CPB blijkt dat dit programma leidt tot een extra groei van 0,1%-punt per jaar. Dit betekent dan dat de groei als gevolg van de beleidsmaatregelen in dit programma niet uitkomt op een groei van 1,75% per jaar, maar op 1,85% per jaar. Het kan ook zijn dat een verkiezingsprogramma zodanige negatieve effecten op de economie heeft dat de groei in de regeerperiode afneemt met bijvoorbeeld 0,2%-punt per jaar. In dat geval komt de groei als gevolg van dit programma niet uit op 1,75% per jaar, maar op 1,55%.
Onzekere economische tijden
Als gevolg van de financiële en economische crisis krijgt Nederland te maken met een groot tekort op de rijksbegroting, een hoog opgelopen staatsschuld en hoge werkloosheid. Bovendien bestaat er onzekerheid over de toekomstige groei van onze economie. Volgens de Economische Verkenning 2011-2015 die 16 maart 2010 werd gepubliceerd, verwacht het Centraal Planbureau (www.cpb.nl) voor de komende kabinetsperiode 2011-2015 een gemiddelde groei van onze economie van 1,75%. Deze raming van de BBP groei is lager dan voor eerdere kabinetsperiodes vóór 2000.
Bovendien is de onzekerheid bij economische ramingen groot. Daarom hanteert het CPB voor de periode 2011-2015 een bandbreedte waarbinnen de gemiddelde BBP groei zich waarschijnlijk zal bevinden. Deze bandbreedte is plus of min 0,75%-punt per jaar ten opzichte van de verwachte groei van 1,75%. Dit betekent dat in het negatieve scenario de gemiddelde groei in de periode 2011-2015 op 1% uit komt en in het positieve op 2,5%.
De feitelijke groei heeft een groot effect op de Nederlandse schatkist. Bij een gemiddelde groei van 1,75% heeft de overheid in 2015 nog een begrotingstekort van 2,9% BBP. Maar bij een gemiddelde groei van 1% komt het tekort in 2015 veel hoger uit, namelijk op 4,2% BBP. Ook de werkloosheid zal door lagere groei op een hoger niveau liggen, namelijk op 5,8% in 2015, terwijl bij 1,75% groei de werkloosheid in 2015 lager zal liggen op 5,2%.
De economische raming van het CPB is gebaseerd op zogenoemd ongewijzigd of beleidsarm beleid; alleen de maatregelen die door het parlement onder het gevallen kabinet Balkenende IV zijn goedgekeurd zijn meegenomen. Bij deze raming is derhalve nog geen rekening gehouden met de (economische) effecten van het beleid van het nieuwe kabinet in de periode 2011-2015. In de Baas van Nederland bepaalt u hoe dit beleid er uit ziet en welke effecten dat oplevert.
U kunt de resultaten van uw beleid, net als bij de verkiezingsprogramma's, optellen of aftrekken van de cijfers zoals die door het CPB worden berekend bij ongewijzigd beleid. Het onderstaand overzicht geeft de ramingen van het CPB weer voor de periode 2011-2015 bij een ongewijzigd beleid.
Overzicht macro-economische kerngegevens 2007-2015
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2011-2015 | |
| mutaties per jaar in % | ||||||
| Economische groei (BBP) | 3,6 | 2,0 | -4,0 | 1,5 | 2,0 | 1,75 |
| Consumptie van huishoudens | 1,7 | 1,3 | -2,4 | 0,5 | 0,5 | 1,25 |
| Investeringen bedrijven (excl. woningen) | 5,3 | 7,0 | -17,5 | -11,25 | 2,0 | 2,0 |
| Export | 8,0 | 1,0 | -9,6 | 8,25 | 5,25 | 5,5 |
| Contractloon marktsector | 1,8 | 3,5 | 2,8 | 1,25 | 1,5 | 2,5 |
| Consumentenprijsindex (CPI) | 1,6 | 2,5 | 1,2 | 1,25 | 1,25 | 1,75 |
| Werkgelegenheid (in arbeidsjaren )* | 2,7 | 1,2 | -2,8 | -3,25 | 0,0 | 0,25 |
| Werkloze beroepsbevolking | 4,5 | 3,9 | 4,9 | 6,5 | 6,5 | 5,25 |
| Niveau (in duizend personen) | 344 | 304 | 379 | 500 | 500 | 400 |
| Arbeidsproductiviteit marktsector | 1,9 | 0,9 | -2,4 | 5,75 | 2,0 | 2,0 |
| Koopkracht (mediaan alle huishoudens) | 2,2 | -0,1 | 1,6 | -0,5 | -0,25 | 0,25 |
| niveaus in % | ||||||
| Collectieve lastendruk (% BBP) | 38,9 | 39,1 | 38,1 | 37,9 | 38,4 | 39,6 |
| Begroting (EMU-saldo) in % BBP | 0,2 | 0,3 | -4,9 | -6,3 | -4,9 | -2,9 |
| Overheidsschuld (EMU in % BBP) | 45,5 | 58,2 | 61,8 | 66,5 | 69,9 | 73,9 |
*Werkgelegenheid in arbeidsjaren (2008) 6,8 miljoen, waarvan marktsector 5,1 miljoen, de gezondheids- en welzijnszorg 0,87 miljoen en de overheidsdiensten 0,79 miljoen.
Bron: http://www.cpb.nl
Het Bruto Binnenlands Product
Het BBP is een bekend begrip in de economie. Het wordt vaak gebruikt in kanten en andere media. Veel mensen hebben daardoor een idee van wat het begrip inhoud. Voor de volledigheid volgt hier toch een korte beschrijving.
Voor allerlei doeleinden, bijvoorbeeld voor het maken van economische prognoses, maar ook bepaalde beleidskeuzes en internationale vergelijkingen tussen landen is het nodig om een maatstaf voor economische activiteiten te hebben. Het BBP is in de loop der tijd de algemeen aanvaarde maatstaf geworden voor de waarde van de economische prestaties van een land. De omvang van het BBP wordt berekend als de optelsom van alle in een land gerealiseerde toegevoegde waarden, ofwel de waarde van alle eind goederen en diensten die jaarlijks worden geproduceerd. Daarbij wordt uitgegaan van marktprijzen.
Het CPB raamt ons BBP voor 2010 op 585 miljard euro en voor 2011 op 606 miljard. Door de zware economische crisis (2008-2009) heeft het niveau van het Nederlandse BBP een zware klap opgelopen. Sinds het begin van de crisis zijn de consumptie, de bedrijfsinvesteringen en de export fors gedaald. Daardoor is ons land ten opzichte van het lange termijn groeipad van onze economie tussen 2006 en 2008 ongeveer 5% BBP kwijt geraakt. Volgens het CPB ziet het er niet naar uit dat dit verlies de komende kabinetsperiode weer wordt goed gemaakt.
Wat staat er op het spel?
Voor Nederland en het kabinet is het van groot belang dat de economie goed draait. Meer groei betekent veelal meer belastinginkomsten voor de schatkist. Een veerkrachtige economie en hoge groei leveren ook meer inkomen op voor huishoudens en meer banen voor werknemers en een lagere werkloosheid. Daarnaast toont onderzoek aan dat groei waardevol is vanwege de positieve effecten op maatschappelijke ontwikkelingen. Groei bevordert de sociale mobiliteit en schept meer ruimte voor het creëren van eerlijke kansen voor iedereen.
Daarbij moet wel bedacht worden dat in toenemende mate ook vraagtekens worden gezet bij economische groei. Veelal leidt economische groei tot aantasting van het milieu en klimaat. Daarom is het van belang dat de overheid en het bedrijfsleven er naar streven om het milieu en klimaat zoveel mogelijk te ontzien. Dat kan door maatregelen te nemen die uitstoot van broeikasgassen, vooral CO2, en andere vervuilende stoffen zoveel mogelijk beperken.
Voor de overheid betekent een hogere economische groei extrabelastingopbrengsten om publieke taken uit te voeren, zoals op het terrein van veiligheid, onderwijs en sociale zekerheid. Meer economische activiteiten leiden doorgaans tot extra werkgelegenheid en een lagere Werkloosheid, waardoor de overheid minder sociale uitkeringen hoeft te bekostigen. Hierdoor zullen het begrotingstekort en de staatschuld verminderen. Ook hoeft de regering minder te bezuinigen op andere rijksuitgaven. Een goed economisch beleid stimuleert dus kwalitatief goede groei en vult daarmee te gelijk de schatkist.
Volgens het CPB zijn bezuinigingen onvermijdelijk
Als gevolg van de economische crisis zijn zowel het begrotingstekort als de staatschuld sterk gestegen. In het onderstaande overzicht is goed te zien welke schade de crisis heeft aangericht. Vooral 2009 is een rampjaar met een forse krimp van onze economie (-4%), een dalende export (-9,6%), lagere bedrijfsinvesteringen (-17,5%) en een hoog tekort van (-4,9%). De overheidsschuld komt uit op 61,8% van het BBP. Zonder ingrijpende maatregelen waarbij er op de overheidsuitgaven wordt bezuinigd, zal de staatsschuld blijven oplopen.
Om de overheidsfinanciën op de lange termijn houdbaar te maken is het volgens het CPB nodig dat in komende kabinetsperioden het begrotingssaldo met 29 miljard euro wordt verbeterd, of wel 1.750 euro per inwoner. De volgende kabinetten moeten zelf aangeven hoe ze dit bedrag gaan invullen. Dit kan door bezuinigen, door belastingverhogingen of door een combinatie van beiden.
Inmiddels vragen de politieke partijen zich af wat de beste oplossing is. De opvattingen verschillen sterk. Dit heeft vooral te maken met de maatschappelijke en economische effecten van bepaalde maatregelen. In het algemeen zullen belastingverhogingen en andere lastenverzwaringen op burgers en bedrijven een negatieve uitwerking hebben op de groei van de economie. Dit kan ook het geval zijn bij bezuinigingen. De mate waarin is afhankelijk van het bedrag van de bezuinigingen en op welke uitgavenposten er bezuinigd wordt.
Daarom zoeken partijen voor hun verkiezingsprogramma naar een pakket dat enerzijds de groei niet afremt en anderzijds bijdraagt aan een lager begrotingstekort. Zo zijn er partijen die deze 29 miljard willen uitsmeren over twee of drie kabinetsperioden. Zij zien als voordeel dat op die manier minder schade wordt toegebracht aan de economische groei en de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Anderen willen juist een zo groot mogelijk bezuinigingsbedrag in de periode 2011-2015 om zo snel mogelijk te komen tot gezonde overheidsfinanciën. Zij wijzen er op dat zonder houdbare overheidsfinanciën de toekomstige groei van onze economie op de lange termijn wordt aangetast.
Er zijn ook politieke partijen en economische deskundigen die menen dat met een lager bezuinigingsbedrag kan worden volstaan dat ligt tussen 15 miljard euro en 20 miljard euro. Door dit lagere bedrag zou de groei van de economie minder afgeremd worden en de werkgelegenheid minder afkalven. De meeste economische deskundigen zijn het er wel over eens dat het onmogelijk is in één kabinetsperiode 29 miljard euro te bezuinigen.
Alle politieke partijen hebben bij de samenstelling van hun verkiezingsprogramma te maken met regelgeving van de Europese Unie. Daarin is bepaald dat het Nederlandse begrotingstekort in 2013 niet hoger mag liggen dan 3% van het BBP. Voor de overheidsschuld geldt een maximum van 60% van BBP. In de Baas van Nederland kunt u bepalen met welk beleidspakket aan maatregelen Nederland zowel maatschappelijk als economisch het beste af is.
Maatregelen en de effecten
In dit programma, waarbij de wereld van politiek Den Haag en de werking van onze economie zo goed mogelijk worden nagebootst, is een breed scala aan mogelijke maatregelen opgenomen. In totaal kan uit meer dan 120 maatregelen gekozen worden. De maatregelen die u voorstelt, hebben verschillende maatschappelijk en economische gevolgen. Het programma geeft van deze gevolgen een globale indicatie. Zo worden bijvoorbeeld de effecten van uw beleid berekend op de economische groei, de werkgelegenheid en het begrotingstekort. Ook wordt berekend wat de effecten zijn op het terugdringen van de CO2-uitstoot. Dit is een belangrijke doelstelling om de klimaatverandering tegen te gaan.
In hoofdzaak betreft het maatregelen die de rijksbegroting, de schatkist, direct raken. Om die reden zijn de maatregelen opgedeeld in twee hoofdcategorieën: "Overheidsuitgaven" en "Belastingen". Naast deze instrumenten kan de overheid ook via regelgeving de economie beïnvloeden. Zo kan het kabinet door eenvoudigere wetten, minder bureaucratie en lagere administratieve lasten de economie harder laten groeien. In het programma zijn deze mogelijkheden niet opgenomen.
Al decennia lang staat vermindering van de regeldruk in verkiezingsprogramma's van politieke partijen. De praktijk laat evenwel zien dat het om een zeer moeizaam proces gaat met nog slechts beperkte effecten. Politiek Den Haag moet er mee doorgaan, maar dan wel effectiever. Bovendien is het begrotingseffect van regelgeving meestal niet direct zichtbaar. Om zo dicht mogelijk bij de realiteit te blijven, zijn dit soort maatregelen in het programma niet opgenomen.
Een beoordeling van de effecten van uw beleid is alleen mogelijk tegen de achtergrond van de "normale" ontwikkeling van de Nederlandse economie. Dit wordt ook wel aangeduid als ongewijzigd beleid of beleidsarm. Daarbij wordt verondersteld dat politiek Den Haag geen nieuwe maatregelen neemt, de economie zijn gang laat gaan en ook geen veranderingen in de rijksuitgaven aanbrengt. Bedacht moet wel worden dat deze post automatisch toch toeneemt in verband met kostenstijgingen (loonstijging en inflatie). Deze raming wordt gebruikt als basis voor de berekeningen van de effecten van de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen. Zo heeft het CPB voor de periode 2011-2015 een economische groei geraamd van gemiddeld 1,75% per jaar.
Stel nu dat uit de doorrekening van een bepaald verkiezingsprogramma door het CPB blijkt dat dit programma leidt tot een extra groei van 0,1%-punt per jaar. Dit betekent dan dat de groei als gevolg van de beleidsmaatregelen in dit programma niet uitkomt op een groei van 1,75% per jaar, maar op 1,85% per jaar. Het kan ook zijn dat een verkiezingsprogramma zodanige negatieve effecten op de economie heeft dat de groei in de regeerperiode afneemt met bijvoorbeeld 0,2%-punt per jaar. In dat geval komt de groei als gevolg van dit programma niet uit op 1,75% per jaar, maar op 1,55%.
U kunt de resultaten van uw beleid, net als bij de verkiezingsprogramma's, optellen of aftrekken van de cijfers zoals die door het CPB worden berekend bij ongewijzigd beleid. Het onderstaand overzicht geeft de ramingen van het CPB weer voor de periode 2011-2015 bij een ongewijzigd beleid.
Berekening van de effecten van het door u samengestelde beleidspakket
Voor de berekeningen van de effecten van de door u geselecteerde maatregen is in de Baas van Nederland gebruik gemaakt van verschillende studies en modellen, onder meer van het CPB (zoals de doorrekening van de vroegere verkiezingsprogramma's), het Ministerie van Financiën, de Europese Commissie (zoals het QUEST model) en de studie Taxes and the Economy: A Survey on the Impact of Taxes on Growth, Investment, Consumption and the Environment (Willem Vermeend, Rick van der Ploeg en Jan Willem Timmer, Edward Elgar, Cheltenham, United Kingdom, 2008). Ten overvloed wordt er op gewezen dat het hier niet gaat om exacte becijferingen van de effecten, maar om ruwe indicaties.
U bent aan zet
Bij het selecteren van maatregelen komt u voor lastige keuzes te staan. Wanneer u te fors gaat bezuinigingen op de overheidsuitgaven, dan zal de economische groei op de korte termijn worden afgeknepen. Als u denkt dat elke euro belastingverhoging ook daadwerkelijk een euro aan belastinginkomsten oplevert, dan komt u bedrogen uit. Belastingverhogingen remmen doorgaans de economische groei en minder groei betekent ook minder inkomsten voor de schatkist. Ruw gezegd levert 1 euro belastingverhoging per saldo gemiddeld 70 tot 80 eurocent op. Als u besluit de sociale uitkeringen te bevriezen, vermindert u de koopkracht van een grote groep mensen. Deze groep kan daardoor minder besteden, wat weer remmend werkt op de groei van de economie. Bovendien zullen mensen met een uitkering, die het veelal toch al krap hebben, er verder op achteruit gaan.
In dit programma bent u de baas van Nederland. U zult een balans moeten vinden tussen het stimuleren van de economische groei en werkgelegenheid, een aanvaardbaar beleid op de verschillende andere beleidsterreinen, zoals onderwijs, veiligheid, inkomenspolitiek, sociale zekerheid en het realiseren van gezonde overheidsfinanciën door het terugdringen van het begrotingstekort. Daarnaast speelt het klimaat en milieu een steeds belangrijkere rol binnen het overheidsbeleid. Veel succes!